Zestig jaar baggeren, 1919–1979
1919–1953 — Oprichting en de eerste jaren
De gebroeders Jan, Roelof, Frerik en Geert Trip richtten rond 1919 Baggerbedrijf Trip op. Ze begonnen met vier baggermolens in de veenstreken.
Het werk bestond vooral uit het op diepte houden van vaarwegen en het graven van nieuwe kanalen voor de afvoer van turf. In het begin gebeurde dat met de hand, door mensen die 's winters geen werk hadden in het veen.
Vlak na de Tweede Wereldoorlog splitste het bedrijf zich op in vier zelfstandige bedrijven. Roelof Trip ging verder met één baggermolen, al snel samen met zijn zonen Marinus, Jan en Cornelis. Het bedrijf ging verder als Firma R. Trip en Zonen Baggerbedrijf Emmer-Erfscheidenveen.
1953–circa 1960 — Scheepswerf aan de Middenweg
Begin jaren vijftig groeide het bedrijf gestaag. Baggerbedrijf Trip breidde uit met een bakkenzuiger en een drijvende kraan. In 1953 huurde het bedrijf een stuk grond vooraan de Middenweg in Emmer-Erfscheidenveen, dat het later kocht.
Het terrein werd ingericht als scheepswerf, waar Baggerbedrijf Trip zijn eigen baggermateriaal bouwde: de bakkenzuiger en de drijvende kraan. Beide werden vaak ingezet om kanalen te verdiepen en om zinkers in het kanaal te leggen.
Zes jaar later bouwde Baggerbedrijf Trip op de werf een complete persbaggermolen, kort daarna gevolgd door nog een baggermolen. Na de opheffing van het bedrijf bouwde Roelof Trip, de zoon van Marinus, een huis op dit stuk grond.
Roelof Trip sr. droeg het bedrijf over aan zijn zonen. De firma kreeg daarbij een nieuwe naam: Gebr. Trip N.V. Zandzuig- en Baggerwerken.
Jaren zeventig–1979 — Sanering en einde van het bedrijf
Door bezuinigingen van de overheid kwam er steeds minder werk. Ook Baggerbedrijf Trip merkte dat: er kwam meer materieel stil te liggen en het personeelsbestand werd gehalveerd.
Uiteindelijk besloot het bedrijf niet meer te investeren in nieuw materieel. Er was in Nederland te veel baggermaterieel, en de overheid saneerde de sector zodat andere bedrijven meer werk kregen. Baggerbedrijf Trip had bovendien geen opvolger.
In 1979 verkocht het bedrijf zich aan de overheid, die het materieel liet slopen. Een doorstart was niet toegestaan, een voorwaarde van de saneringsregeling. Na zestig jaar kwam er zo een einde aan het levenswerk van de familie Trip.